
Geschiedenis van werkdagen, Schoonheid & Prestatie
De werkdagen zijn ontstaan omdat er begin jaren '80 op de renbanen in Nederland en Duitsland Afghaanse Windhonden aan de start verschenen die niet alleen qua snelheid, maar ook qua uiterlijk en karakter a-typisch waren voor het ras. Een oplossing voor dit ras-probleem werd door tegenwerking van diverse kanten nog steeds niet gerealiseerd. Rennen op de renbaan met de echte Afghanen werd inmiddels niet meer gedaan. Om nu deze honden en eigenaars toch een mogelijkheid te geven te 'werken' werden de werkdagen georganiseerd. Er werd een uniek systeem bedacht, geënt op de Oosterse Windhonden, waarin snelheid niet het belangrijkste was maar wel meetelde, de wendbaarheid, moed, conditie en intelligentie van de honden naar voren kwamen en waarvan ook het element schoonheid een onderdeel was.
Zo kwam de NVOW tot een kombinatie van een snelheids-proef 's morgens van 350 meter op de renbaan, waarbij elke hond individueel geklokt wordt. Honden die dat kunnen lopen samen, honden die dat niet kunnen lopen solo. Alle honden zijn welkom. De tijden worden omgezet in punten volgens bepaalde, per ras verschillende, tabellen.
's Middags worden de honden die ongeveer even snel waren 's morgens, samen in een behendigheidsproef ingezet en worden ze volgens een NVOW beoordelings-systeem door 3 juryleden beoordeeld.
Het NVOW standpunt is: het systeem aanpassen aan de honden en niet (zoals bij het reguliere rennen) de honden aanpassen aan het systeem. Dat blijkt bij Oosterse Windhonden erg moeilijk; ze worden vaak wat geringschattend bekeken, ze storen of gaan niet rond. Bij de NVOW wordt een storende hond nooit gediskwalificeerd; hij krijgt alleen strafpunten. Op de werkdagen zijn al veel goed coursende honden hun carrière begonnen.
Het element schoonheid wordt beoordeeld op 2 exterieur-dagen waar de honden in ongedwongen sfeer door 2 personen worden beoordeeld op uiterlijk. Dit kunnen erkende keurmeesters zijn, maar ook keurmeesters in opleiding of zeer ervaren fokkers bijvoorbeeld.
Als laatste beoordeling van de schoonheid geldt de jaarlijkse NVOW Clubmatch.
Hieronder volgen de officiële spelregels Schoonheid & Prestatie, zoals vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van de NVOW op 7 maart 1997
Spelregels Schoonheid & Prestatie
§ 1 de werkdagen
Artikel 1
1. Per seizoen worden door of namens het bestuur van de NVOW 5 werkdagen georganiseerd. Bij zeer dringende redenen kan het bestuur van het aantal te organiseren werkdagen afwijken.
2. De werkdagen bestaan uit de onderdelen "snelheidsproef" en "veldwerk".
3. De doelstelling van de werkdagen is "het, naast de officiële wedstrijden en coursings, op plezierige en ontspannen wijze werken met en genieten van Oosterse Windhonden, waarbij rastypische belangen voorop staan".
Artikel 2
1. Deelname aan de werkdagen is mogelijk voor rassen behorende bij de NVOW, en andere windhonden vanaf de leeftijd van 15 maanden.
2. Deelname van de in lid 1 genoemde honden blijft mogelijk tot en met het seizoen waarin de honden de leeftijd van 9 jaar bereiken.
3. De organisatie kan desondanks honden uitsluiten van deelname indien hiertoe gegronde redenen bestaan, die aan de eigenaar van de hond worden medegedeeld.
4. Een besluit als bedoeld in lid 3 wordt steeds genomen in overleg met de dagvoorzitter.
5. In afwijking van lid 1 wordt aan honden, jonger dan 15 maanden, de gelegenheid geboden om buiten mededinging en de mogelijkheid tot het verwerven van aantekeningen een stukje te lopen om ervaring op te doen. De dagvoorzitter kan hieraan beperkingen opleggen ter bescherming van het belang van de jonge honden.
6. De aanwezigheid van loopse teven op het terrein waar de werkdag wordt georganiseerd is niet toegestaan.
7. Voor deelname aan de werkdagen is het niet verplicht te beschikken over een stamboom of ren- of coursingcertificaat. Een geldig entingsbewijs is verplicht.
Artikel 3
1. Voor elke werkdag wordt een dagvoorzitter aangewezen.
2. De dagvoorzitter is een bestuurslid en/of een door het bestuur aangewezen persoon.
3. De dagvoorzitter is aanspreekpunt voor vragen en problemen die de organisatie van de werkdag aangaan.
4. Op de werkdag jureert één van de voor deze dag uitgenodigde juryleden de snelheidsproef als dienstdoend jurylid.
Artikel 4
1. Inschrijving voor werkdagen kan telefonisch en schriftelijk plaatsvinden.
2. Gegevens die bij de inschrijving opgegeven moeten worden zijn:
a. de volledige naam van de hond;
b. de naam en het adres van de eigenaar(s) van de hond;
c. of de hond per sé alleen moet lopen;
d. met welke honden de hond per sé niet kan lopen;
e. of reeds een afspraak gemaakt is met welke andere hond de ingeschreven hond zal lopen.
3. Indien gegevens als bedoeld in het voorgaande lid onder c, d of e ontbreken, zal ervan worden uitgegaan dat de ingeschreven hond met elke willekeurige hond kan samenlopen.
4. Het bestuur stelt de hoogte van het inschrijfgeld vast, met dien verstande dat de inschrijvingsprijs van de eerste hond verhoogd wordt met een bedrag voor het dagprogramma. Het bestuur kan bepalen dat, indien een aangemelde hond zonder afmelding niet op de werkdag verschijnt een bepaald bedrag verschuldigd is.
Artikel 5
1. Tijdens de werkdagen zal in de voormiddag de snelheidsproef worden afgenomen over een afstand van 350 meter.
2. a. Er wordt naar gestreefd de honden zoveel niet alleen te laten lopen. Hierbij is een rendek en muilkorf verplicht. Van de verplichting tot het dragen van een muilkorf kan in overleg met de eigenaar van de andere hond(en) worden afgeweken.
b. Er lopen maximaal 6 honden per rit.
c. Loting voor de positie in het starthok vindt plaats zodra één van de eigenaars van de deelnemende honden dit wenst.
3. Punten worden toegekend afhankelijk van de tijd die door de hond behaald is, naar onderstaande tabel:
punten Afghanen Saluki's Sloughi's/ Pharao's/ Deerhounds
Azawakh's Podenco's
1 00.00/29.99 00.00/25.09 00.00/26.09 00.00/27.99 00.00/25.59
2 30.00/31.99 25.10/26.59 26.10/27.59 28.00/28.99 25.60/26.59
3 32.00/33.99 26.60/27.59 27.60/28.59 29.00/29.99 26.60/27.59
4 34.00/34.99 27.60/28.59 28.60/29.59 30.00/30.99 27.60/28.59
5 35.00/35.99 28.60/29.59 29.60/30.59 31.00/31.99 28.60/29.59
6 36.00/36.99 29.60/30.59 30.60/31.59 32.00/32.99 29.60/30.59
7 37.00/---- 30.60/--- 31.60/--- 33.00/--- 30.60/---
8 stopt stopt stopt stopt stopt
4. Indien niet vanuit het starthok gestart wordt moet zo dicht mogelijk bij het hok worden gestart, en wordt bij de gelopen tijd een halve seconde opgeteld. Hierna wordt het aantal toe te kennen punten vastgesteld.
5. Honden die tijdens het rennen trachten te bijten en/of voortdurend hinderen (het zogenaamde "storen") krijgen afhankelijk van het vergrijp tussen de 1 en 5 strafpunten, zulks ter bepaling door het dienstdoend jurylid of een door hem/haar aan te wijzen persoon.
6. Indien sprake is geweest van storen kan dit jurylid, of een door hem/haar aan te wijzen persoon, beslissen de honden opnieuw te laten lopen. De storende hond wordt niet gediskwalificeerd.
Artikel 6
1. Tijdens de werkdagen zal in de namiddag het veldwerk plaatsvinden.
2. Er wordt naar gestreefd de honden zoveel mogelijk met tweeën te laten lopen, tenzij een eigenaar hier bezwaar tegen heeft. Hierbij is een rendek en muilkorf verplicht. Van de verplichting tot het dragen van een muilkorf kan in overleg met de eigenaar van de andere hond(en) worden afgeweken. Er wordt steeds gestreefd naar het samenstellen van koppels die qua snelheid en grootte gelijkwaardig zijn.
3. De beoordeling van het veldwerk van de honden vindt plaats volgens het NVOW-systeem door 3 onafhankelijk van elkaar werkende juryleden.
4. De juryleden jureren alle rassen; uitgezonderd zijn de honden die bij hen in huis wonen. Hierbij bestaat de mogelijkheid voor juryleden om zich te laten vervangen. Vervanging van juryleden vindt nimmer plaats midden in een ras.
5. De beoordeling van de honden vindt plaats volgens onderstaande richtlijnen:
a. 8 punten worden toegekend aan de hond die zonder enige interesse getoond te hebben het veld verlaat, dan wel door de eigenaar moet worden opgehaald;
b. 7 punten worden toegekend aan de hond die halverwege het traject stopt (niet meer naar de prooi zoekt), het terrein verlaat dan wel moet worden opgehaald;
c. 6 punten worden toegekend aan de hond die tekort schiet in inzet, initiatief, oplettendheid en/of conditie;
d. 5 punten worden toegekend aan de hond die iets minder inzet, inzicht en/of conditie laat zien dan gewenst;
e. 4 punten worden toegekend aan de hond die op een rastypische wijze jaagt en daarbij over voldoende inzet, inzicht en conditie beschikt;
f. 3 punten worden toegekend aan de hond die beschikt over méér dan voldoende inzet en/of inzicht in het achtervolgen van de prooi;
g. 2 punten worden toegekend aan de hond die extra kwaliteiten laat zien tijdens de achtervolging;
h. 1 punt wordt toegekend aan de hond die méér laat zien dan maximaal van hem verwacht mag worden.
i. Het is tevens mogelijk halve punten te geven indien een hond presteert tussen twee kwalificaties in.
j. In de overwegingen bij de puntenbeoordeling nemen de juryleden het nemen van hindernissen (onverschrokkenheid/moed), het ontwijken van obstakels (alertheid/slimheid), het nauwkeurig beloeren van de prooi (het bewegen van ogen/hoofd), het corrigeren bij onverwachte veranderingen van richting en de uiteindelijke "kill" mee.
6. Honden die tijdens het veldwerk trachten te bijten en/of voortdurend hinderen (het zogenaamde "storen") krijgen afhankelijk van het vergrijp tussen de 1 en 5 strafpunten, die door de zelfstandige juryleden reeds aan hun puntenaantal worden toegevoegd.
7. De totaalscore voor het onderdeel veldwerk komt tot stand door het optellen van de punten die door ieder afzonderlijk jurylid naar bovenstaande richtlijnen zijn gegeven.
8. Voor honden die op verzoek van de eigenaar of op aanvraag solo lopen, vast te stellen bij de indeling van het middagprogamma, wordt de totaalscore verhoogd met ½ punt.
9. Voor honden die uit overmacht alleen lopen blijft het vorige lid buiten toepassing.
Artikel 6a
1. Het totale resultaat van een werkdag ontstaat door de som van de punten behaald bij de snelheidsproef en de punten behaald bij het veldwerk.
2. De honden met het minst aantal punten komen in aanmerking voor een aandenken.
3. Indien meerdere honden een gelijk aantal punten behaald hebben, wordt de volgorde bepaald door het aantal punten dat bji het veldwerk behaald is, met dien verstande dat de hond die het minst aantal punten voor dit onderdeel behaald heeft geacht wordt het laagste totale resultaat behaald te hebben.
4. Indien ook hierbij een gelijke stand ontstaat wordt de volgorde bepaald door de behaalde tijd tijdens de snelheidsproef, met dien verstande dat de hond die de snelste tijd gelopen heeft geacht wordt het laagste totale resultaat behaald te hebben.
5. Is ook hierbij geen volgorde te bepalen dan worden de honden beschouwd ex aequo geëindigd te zijn.
Artikel 7
1. Aan het eind van elke werkdag wordt per deelnemend ras een aandenken uitgereikt.
2. Het aantal stuks per rasgroep is afhankelijk van het aantal deelnemende honden van dat ras:
a. bij 1 t/m 3 honden: 1;
b. bij 4 of 5 deelnemende honden: 2;
c. bij 6 of 7 deelnemende honden: 3;
d. bij 8 of 9 deelnemende honden: 4;
e. bij 10 of 11 deelnemende honden: 5;
f. bij 12 of méér deelnemende honden: 6.
3. Van oude honden, van wie bekend is dat zij op de werkdag voor het laatst aanwezig zijn, zal afscheid genomen worden met een speciaal aandenken.
§ 2 de exterieurdagen
Artikel 8
1. De exterieurdagen hebben tot doel om in ongedwongen sfeer een rastypische beoordeling van het uiterlijk van de deelnemende honden te laten plaatsvinden.
2. Het bestuur stelt de hoogte van het inschrijfgeld vast, met dien verstande dat de inschrijvingsprijs van de eerste hond verhoogd wordt met een bedrag voor het dagprogramma. Het bestuur kan bepalen dat, indien een aangemelde hond zonder afmelding niet op de exterieurdag verschijnt, een bepaald bedrag verschuldigd is.
Artikel 9
1. De beoordeling van de honden vindt plaats door twee beoordelaars.
2. De beoordelaars kunnen erkende keurmeesters zijn, maar ook keurmeesters in opleiding, alsmede ervaren fokkers.
3. De beoordelaars zullen vooraf onder voorbehoud in het blad "Oriëntatie" bekend gemaakt worden.
4. De beoordeling vindt plaats op de volgende 9 onderdelen van de hond:
a. type (algemeen beeld);
b. hoofd, gebit en ogen;
c. topline;
d. hoekingen;
e. voorborst, borstdiepte;
f. ribwelving;
g. voeten;
h. gangwerk;
i. conditie, vacht.
5. Per onderdeel kan de beoordelaar punten geven van 1 (uitmuntend hoog) tot 8 (matig/niet te beoordelen).
6. Het totaal gescoorde per beoordelaar wordt opgeteld en gedeeld door 9, waarbij het uiteindelijke punt niet wordt afgerond.
7. De hond ontvangt hierdoor uiteindelijk 2 beoordelingen waarvan de behaalde punten zijn te vergelijken met onderstaande kwalificaties:
a. 1 punt is uitmuntend hoog;
b. 2 punten is uitmuntend;
c. 3 punten is uitmuntend laag;
d. 4 punten is zeer goed;
e. 5 punten is zeer goed laag;
f. 6 punten is goed;
g. 7 punten is goed laag;
h. 8 punten is matig/niet te beoordelen.
§ 3 certificaten Schoonheid en Prestatie
Artikel 10
1. Om windhonden van NVOW-leden, die opvallend presteren op de werkdagen EN waarvan het exterieur van een opvallend niveau is door middel van een certificaat te onderscheiden worden er certificaten Schoonheid & Prestatie toegekend.
2. Een certificaat Schoonheid & Prestatie kan behaald worden indien er nader in artikel 12 gespecificeerde resultaten zijn behaald op werkdagen, exterieurdagen en de Clubmatch. Deze resultaten worden op verzoek van de eigenaar(s)/houder(s) van de hond vastgelegd op een door het bestuur van de NVOW vastgesteld formulier. De verantwoordelijkheid voor deze registratie ligt bij de eigenaar(s)/houder(s) van de hond.
Artikel 11
1. Recht op het NVOW certificaat Schoonheid & Prestatie ontstaat na 3 aantekeningen met betrekking tot de snelheidsproef, 3 aantekeningen met betrekking tot het veldwerk, 2 aantekeningen met betrekking tot exterieurdagen en 1 aantekening met betrekking tot de Clubmatch c.q. een Windhonden CAC.
2. Per periode van maximaal 3 jaar, moet aan tenminste 5 werkdagen, 2 exterieurdagen en één Clubmatch deelgenomen zijn, om voor een certificaat als hiervoor genoemd in aanmerking te kunnen komen.
3. De aantekeningen met betrekking tot de snelheidsproef en het veldwerk moeten op 3 verschillende locaties behaald zijn.
4. De aantekeningen met betrekking tot de exterieurdagen moeten op twee verschillende dagen behaald zijn.
5. Aantekeningen en deelnemingen zonder dat hierbij een aantekening is behaald blijven maximaal 3 jaar geldig
.
6. Zodra het Certificaat Schoonheid & Prestatie is afgegeven vervallen alle tot dan toe behaalde aantekeningen en deelnemingen.
7. De hond die het NVOW certificaat Schoonheid & Prestatie heeft behaald zal, met afdruk van een foto, worden vermeld in het blad "Oriëntatie", in de rubriek "Nieuwe Kampioenen".
Artikel 12
1. Indien het uiteindelijke puntenaantal voor het onderdeel "snelheidsproef" zoals bedoeld in artikel 5 "2" of minder bedraagt komt de prestatie in aanmerking voor een aantekening ten behoeve van het klassement Schoonheid & Prestatie.
2. Indien het uiteindelijke puntenaantal voor het onderdeel "veldwerk" zoals bedoeld in artikel 6 "10" of minder bedraagt, komt de prestatie in aanmerking voor een aantekening ten behoeve van het klassement Schoonheid & Prestatie.
3. Elk van het uiteindelijke resultaat, behaald op de exterieurdagen zoals bedoeld in artikel 11, komt in aanmerking voor een aantekening in het kader van het klassement Schoonheid & Prestatie indien het puntentotaal 3,0 of minder bedraagt.
4. Het resultaat dat door de hond op de NVOW-Clubmatch wordt behaald telt mee voor het klassement Schoonheid & Prestatie.
5. Het resultaat van de NVOW-Clubmatch kan worden vervangen door het resultaat op de Windhonden CAC. Hierbij blijft artikel 11 lid 2 onverkort van kracht.
6. a. Het resultaat van de Clubmatch/Windhonden CAC leidt tot een puntenaantal dat afhankelijk is van het aantal deelnemende honden in de ring in één klasse, naar onderstaande tabel:
aantal honden in de ring 1U 2U 3U 4U U ZG G
1 tot en met 5 6 7 8 9 10 12 15
6 tot en met 10 5 6 7 8 9 12 15
11 tot en met 15 4 5 6 7 8 12 15
16 of meer 3 4 5 6 7 12 15
b. Indien een CAC wordt behaald wordt het aantal punten bepaald op 1.
c. Indien een reserve CAC wordt behaald wordt het aantal punten bepaald op 2.
4. Het uiteindelijke aantal punten komt in aanmerking voor aantekening in het kader van het klassement Schoonheid & Prestatie bij een puntenaantal van 8 of minder.